"Ga met bio-telers in gesprek, ze willen je alles vertellen"

Vooral behoefte aan kennisdeling bij omschakelaars

Tholen – Dag 2 van de Biokennisweek 2022 is in volle gang. De hele dag worden allerlei online workshops georganiseerd. Steeds meer boeren oriënteren zich op biologische landbouw voor het eigen bedrijf. Verschillende redenen voor omschakeling en bedrijfssituaties brengen verschillende kennisbehoeftes mee. In workshop 93 'Oriënteren op omschakeling: wat heb jij nodig?' ging Ingrid Veeman in gesprek met twee duo’s die in omschakeling zijn. Ate-Jan en Bart Benedictus (vader en zoon) hebben de Oriëntatiecursus gevolgd in de winter van 2019/2020 en starten dit jaar met de eerste bio-teelt. Gert-Jan en Lolita Kamper (vader en dochter) volgen deze winter de cursus. 

Uit het verhaal van Lolita bleek dat er bij omschakelaars en beginnende bio-boeren vooral behoefte is aan kennisdeling. "Het zou mooi zijn als we kennis op een simpele manier kunnen opzoeken. Concreet zou een kennisplatform heel veel mensen helpen." Bart kan de cursus ook van harte aanbevelen. "Je leert er heel veel van. En: ga met bio-telers in gesprek. De meesten zijn heel open. Laat zien dat je geïnteresseerd bent. Ze willen je alles vertellen." Zijn vader gaf vervolgens aan dat zijn enthousiasme groeide tijdens de bedrijfsbezoeken en gesprekken met adviseurs tijdens de cursus. "Het is een heel proces, onderschat dat niet. Uiteindelijk is het de knop in je hoofd omzetten en het gewoon gaan doen."

Ate-Jan en Bart
Het bedrijf van Ate-Jan en Bart in Ens is sinds 2018 in omschakeling (voor een periode van 3 jaar). Dit jaar zijn de eerste percelen officieel biologisch, daarop staan graangewassen. Bart zit nog op school in Dronten en wil daarna eerst nog elders aan de slag voordat hij echt het bedrijf in gaat. Ate-Jan is nog deeltijd ZZP'er.

Ate-Jan: "Bart is erg enthousiast en heeft veel ervaring in bio-telen. Ik weet wat wel en niet kan op ons bedrijf; ken de bodem en weet hoe het reageert." Bart volgt een opleiding op Aeres Hogeschool. En heeft daarvoor al een jaar meegelopen op een bio-boerderij boven Urk. "Daar leer je hoe en wat en kreeg ik oprecht heel open antwoorden. Je moet het vooral gezien hebben voordat je zelf iets gaat doen."

De eerste keer wiedeggen in de wintertarwe. Dit was de eerste ervaring bij Ate-Jan en Bart met mechanische onkruidbestrijding in een graangewas.

Zijn vader had altijd wel interesse in de biologische werkwijze. "Ik kwam als ZZP’er bij biologische boeren om te oogsten. Dat triggerde me op de een of andere manier heel vaak. Bart kwam met deze move. Hij zei: 'Ik wil het bedrijf overnemen, maar dan wil ik wel biologisch'." Het enthousiasme van Bart werkte aanstekelijk en samen besloten ze om het roer om te gaan gooien.

Waar liepen de mannen tegenaan? Onder meer tegen het feit dat je zelf actiever bezig moet zijn met de afzetmarkt. En na wat twijfels hebben de mannen toch meteen al wat machines aangeschaft. Dat is een heel goede stap geweest. Ate-Jan: "De basis moet goed zijn. Je moet een machine kunnen pakken als dat nodig is. Als het gebeuren moet, dan moet je er ook zijn. Je kunt niet meer met de spuit corrigeren, je moet er echt bovenop zitten." Bart begon dolenthousiast en wist vanuit zijn ervaring een beetje hoe het ging.

Ze hebben ook wat adviseurs. "Die geven je meer vertrouwen." Ate-Jan: "We hebben zelf adviseurs in de hand genomen om ons te begeleiden bij de omschakeling. Dat is een heel goede stap geweest; een stukje ervaring op de achtergrond wat erg prettig is." Vorig jaar teelden ze naast graan ook stamslabonen. Toen ze de bonen gingen oogsten, gaf de begeleider aan dat ze net op tijd waren. Drie dagen later had er niks meer geoogst kunnen worden vanwege schimmel. Ate-Jan: “Dat geeft ook aan hoe kwetsbaar het is. En hoe belangrijk het is om in te calculeren dat een bepaald gewas kan mislukken. Dat is ook echt ervaring opdoen en de uitdaging."

Linksboven Bart en Ate-Jan, rechts Lolita en Gert-Jan. Onderin Ingrid. 

Gert-Jan en Lolita
Gert-Jan en Lolita hebben sinds dit jaar een gemeenschappelijke VOF in de Haarlemmermeerpolder, waar de opa van Gert-Jan begonnen is. Naast dit akkerbouwbedrijf zijn ze gestart met groenteteelt op stroken (1000 vierkante meter, repeterende 5 stroken). Gert-Jan: "Dit proberen we biologisch te doen en hiermee een bepaalde vruchtopvolging te krijgen. Vanuit de behoefte van horeca proberen wij de stroken in te vullen. Een bij ons afnemend restaurant geeft aan welke producten ze willen." Daarom telen ze het liefst geen standaard gewassen, maar bijvoorbeeld truffelaardappelen, Chioggiabieten en paarse boerenkool. Hiermee spelen ze in op wat restaurants willen. Samen met hen willen ze groeien naar 100% seizoensgerichte producten. Gert-Jan brengt veel praktijkervaring vanuit de akkerbouw in. Lolita heeft veel contacten en werkervaring in de horeca. Vader en dochter vullen elkaar hiermee goed aan.

Gert-Jan en Lolita gaan niet voor een keurmerk, maar wel voor de bio-werkwijze. Lolita: “Ik heb wat restaurants gesproken en je hoeft niet perse een keurmerk te hebben. Dit kan ook limiterend werken en je in je creativiteit beperken. Zo zijn er eisen waar je misschien een keer niet aan voldoen. En je zult jezelf misschien ooit een keer moeten redden. We vinden niet dat een keurmerk van toegevoegde waarde is. Wij werven de afnemers zelf en laten heel open zien hoe we werken."

De cursusgroep waar ook Ate-Jan en Bart toe behoorden. Foto: Biologisch Netwerk. 

Gert-Jan heeft een gangbare achtergrond, maar werd erg enthousiast van de plannen van Lolita en het feit dat hij toch een opvolger heeft. “Ik vind het leuk dat ze met een idee kwam. Ze ziet de traditionele landbouw niet zitten, mooi dat ze bio wilde gaan telen. Chemie gaf mij geen voldoening. Ik doe liever zonder en was ook al in omschakeling naar niet-kerend om de bodem te verbeteren. Dat beviel me wel omdat de bodem in mijn ogen beter blijft."

Na een volgens Lolita fantastisch eerste jaar kregen ze het vorig jaar zwaar te verduren. Lolita: "Je zag bij planten soms niet eens meer wat het was. We hadden heel veel slakken, luizen, rupsen en schimmels. Ik ging de rupsen van de plantjes af tillen en ergens anders neerzetten. Dat is natuurlijk veel te arbeidsintensief." Ze staat volledig achter de bio-werkwijze. "De bodem is zo goed. Alles wat je met het product doet, tast ook de smaak aan. Alle goede dingen die je doet met de grond, proef je terug in het product. Het gaat om de gezondheid voor de generaties die komen gaan."

Voor meer informatie: ingrid@biologischnetwerk.nl en www.biologischnetwerk.nl 


Publicatiedatum:
Auteur:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven