Analyse WUR - Agrimatie:

Ondanks hogere melkprijs blijft het inkomen op de kleinere bio-melkveebedrijven achter

Ongeveer 2,6% van de koeien in Nederland wordt biologisch gehouden (2020). Dit aandeel is de laatste jaren licht gestegen. Biologische bedrijven gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest en daarmee onderscheiden zij zich van hun gangbare collega's. Daarnaast zijn biologische bedrijven verplicht weidegang toe te passen en kunnen ze geen gebruik maken van derogatie voor het gebruik van dierlijke mest. Biologische melkveebedrijven zijn extensiever en hebben een lagere melkproductie per koe. Hun omvang in melk gemeten is een derde lager in vergelijking met de gangbare collega's. De grotere biologische melkveebedrijven hebben over de periode 2017-2019 een vergelijkbaar inkomen per onbetaalde aje als de grotere gangbare melkveebedrijven; de kleinere biologische bedrijven hebben een lager inkomen dan hun gangbare collega's maar het verschil is niet significant. Door de extensievere bedrijfsvoering hebben biologische bedrijven een hogere kostprijs. Dit stellen onderzoekers van Wageningen Economic Research op basis van een analyse van cijfers uit het Bedrijveninformatienetwerk.

Structuur
In 2020 worden er in Nederland bijna 42.000 melkkoeien biologisch gehouden, zo blijkt uit de Landbouwtellingscijfers van het CBS. Dit is 2,6% van het totaal aantal koeien. Van de 15.731 bedrijven met melkkoeien zijn er 506 biologisch (3,2%).

Methodiek
De hierna genoemde resultaten hebben betrekking op melkveebedrijven over de periode 2017-2019 die bijna 90% van het aantal bedrijven met melkkoeien betreffen en 94% van het aantal melkkoeien. De bedrijven zijn onderverdeeld naar biologische en gangbare bedrijven die beide worden onderverdeeld in grotere en kleinere bedrijven op basis van de totale melkproductie. De grens is hierbij de mediaan per onderscheiden groep.

De integrale duurzaamheidsscore is berekend door aan alle kengetallen een score van 0–100 toe te kennen en deze scores per kengetal vervolgens op te tellen tot een totaalscore via een wegingssystematiek. De gemiddelde score van de gehele groep over alle duurzaamheidskengetallen is dan logischerwijs 50. De wegingsfactoren zijn zodanig gekozen dat alle vier de onderdelen evenredig (dus 25%) bijdragen. Een hoger getal wijst op een gunstigere duurzaamheidsscore.

Bedrijfsopzet: biologische bedrijven zijn extensiever dan gangbare melkveebedrijven
Per hectare voedergewas produceren de biologische melkveebedrijven ruim de helft minder melk dan de gangbare melkveebedrijven. Dit hangt samen met het feit dat de biologische melkveebedrijven meer zelfvoorzienend zijn in de voederbehoefte. Door de tijd heen neemt de intensiteit van de melkproductie op de gangbare bedrijven toe; op de biologische bedrijven is dit niet het geval. Ten opzichte van het gemiddelde gangbare melkveebedrijf heeft het biologische bedrijf een groter areaal, waarop minder melkkoeien gehouden worden. Door een lager bemestingsniveau en een lagere krachtvoergift wordt een kwart lagere melkproductie per koe gerealiseerd.

WUR - Agrimatie. 

Economie: vergelijkbaar inkomen per onbetaalde aje op de grotere biologische melkveebedrijven
Omdat de kosten door de extensievere bedrijfsvoering voor productie van biologische melk aanzienlijk hoger zijn dan op gangbare bedrijven, ontvangen biologische melkveehouders ter compensatie een hogere melkprijs voor hun geleverde melk. De biologische melkprijs kent zijn eigen marktwerking en is feitelijk vanaf 2013 ontkoppeld van en stabieler dan de gangbare melkprijs. De biologische melkprijs lag in de beschouwde periode 2017-2019 in alle jaren rond de 50 euro per 100 kg melk (zie figuur). De gangbare melkprijs lag in dezelfde periode tussen de bijna 38 en ruim 40 euro per 100 kg melk ook op een stabiel niveau. Het inkomen op de grotere gangbare melkveebedrijven lag daarbij op een vergelijkbaar niveau als van de grotere biologische bedrijven. In 2015 en 2016 was de gangbare melkprijs laag. In die jaren was daardoor het inkomen de helft tot bijna driekwart lager dan op de biologische bedrijven.

De biologische melkveebedrijven hebben een hogere schuldenlast per kg melk. Door een geringere melkproductie per bedrijf resulteert dit bij de kleinere biologische bedrijven toch nog in een 16% lagere schuldenlast op bedrijfsniveau dan op de kleinere gangbare melkveebedrijven. Dit leidt tot een iets hogere solvabiliteit. Voor de grotere biologische bedrijven is de totale schuldenlast op bedrijfsniveau 6% lager dan op de grotere gangbare melkveebedrijven.

Door de extensievere bedrijfsvoering hebben de biologische bedrijven een hogere kostprijs. Deze extra kosten worden bij de grotere bedrijven in vergelijking met de gangbare bedrijven gecompenseerd door een navenant hogere melkprijs. Bij de kleinere bedrijven is het (negatieve) verschil tussen melk- en kostprijs groter bij de biologische bedrijven. Hierdoor blijft het inkomen achter op de kleinere biologische bedrijven.

Diergezondheid en dierenwelzijn: biologische koeien gaan langer mee
De biologische koeien worden langer aangehouden dan gangbare koeien. Het verschil in vervangingspercentage is circa 5 procentpunten op de grotere bedrijven. Op de kleinere bedrijven is dit verschil geringer. Een verklaring van de lagere vervanging bij de biologische bedrijven kan de lagere melkproductie per koe zijn. Ook hebben de biologische bedrijven een lager antibioticagebruik. Doordat het celgetal hoger is, is de overall score op dit onderdeel vergelijkbaar met de gangbare bedrijven.

Klimaat en energie: gunstiger voor biologische bedrijven
Het totale energieverbruik per kg melk is op de biologische bedrijven hoger dan op de gangbare. Dit komt omdat de melkproductie per koe lager is. Uitgedrukt per hectare is het wel lager doordat de biologische bedrijven extensiever zijn en meer weidegang toepassen waardoor er minder brandstof nodig is voor voederwinning en het uitrijden van dierlijke mest.

De broeikasgasemissie per kg melk ligt op de biologische bedrijven door niet toedienen van kunstmest en voeren van minder krachtvoer iets lager maar het verschil is niet significant bij de grotere bedrijven. Deze lagere emissie leidt tot een gunstiger overall score op klimaat en energie.

Milieu: geen gebruik chemische gewasbeschermingsmiddelen en lager stikstofoverschot voor biologische melkveebedrijven
Biologische bedrijven gebruiken geen chemische gewasbeschermingsmiddelen. Hiermee onderscheiden biologische melkveehouders zich van hun gangbare collega's. Het stikstofoverschot op biologische bedrijven is lager omdat er geen stikstof uit kunstmest mag worden gebruikt. De fosfaatexcretie per kg melk is hoger op de biologische bedrijven door de geringere melkproductie per koe.

Biodiversiteit en weidegang: meer weidegang en biodiversiteit op biologische melkveebedrijven
Op grotere intensieve bedrijven is het vaak lastiger om een efficiënte bedrijfsvoering met beweiding te realiseren dan op kleinere extensieve bedrijven. Arbeidsinzet, melkproductie per koe, efficiënte benutting van meststoffen en beschikbaar zijn van voldoende huiskavel zijn vaak oorzaken die genoemd worden om koeien vaker op stal te houden. Het aandeel gangbare bedrijven dat de koeien op stal houdt, schommelt en ligt rond een derde.

Biologische bedrijven zijn verplicht weidegang toe te passen, in tegenstelling tot gangbare bedrijven. Op kleinere biologische bedrijven worden 2x zoveel weide-uren gerealiseerd als op de gangbare. Bij de grotere bedrijven, waar weidegang minder voorkomt bij de gangbare melkveebedrijven, is deze verhouding met 2,8 nog groter. Toepassen van weidegang is van belang voor het imago van de melkveehouderij bij burger en consument. Biologische bedrijven onderscheiden zich hier dus in positieve zin ten opzichte van gangbare melkveebedrijven.

Klik hier voor meer informatie en alle bijbehorende grafieken en tabellen.

Bron: WUR - Agrimatie


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Rss Twitter

© BioJournaal.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven