FiBL:

Het veranderende klimaat bepaalt waar de melk stroomt

Melkveebedrijven zijn voor een efficiƫnte melkproductie afhankelijk van hoogwaardige, in eigen land geproduceerde voedergewassen. FiBL-onderzoekers onderzoeken hoe de voederproductie, en daarmee de melkopbrengst, zich in heel Europa kan ontwikkelen als het klimaat verandert.

Foto: Alexander Van Steenberge via Unsplash.

De meeste Europese melkveebedrijven zijn afhankelijk van op het bedrijf geproduceerde voedergewassen als primaire voedingsbron voor hun koeien. De productiviteit van voedergewassen is echter afhankelijk van gunstige weersomstandigheden. Om de mogelijke gevolgen van de klimaatverandering voor de prestaties van landbouwbedrijven in verschillende klimaatzones te beoordelen, analyseerde FiBL in een databank met de economische gegevens van ongeveer 100.000 melkveebedrijven uit heel Europa. Zij koppelden de gegevens aan door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) gepubliceerde kaarten waarop de potentiƫle opbrengsten van groenvoedergewassen en akkerbouwgewassen op middellange en lange termijn zijn aangegeven.

Meer melk in het noorden, minder in het zuiden
Uit de analyse blijkt dat de voederopbrengsten in noordelijke regio's en berggebieden zoals de Alpen met 12,5 procent kunnen toenemen. Dat kan worden gebruikt om de melkproductie op te voeren. Wel moet kritisch worden bekeken of deze gebieden wel geschikt zijn voor een hogere veedichtheid. Een milieuvriendelijker optie zou zijn om minder aangekocht voer en vooral minder krachtvoer te gebruiken, vooral in het licht van de toenemende concurrentie tussen voer en voedsel voor een groeiende wereldbevolking.

Verwacht wordt dat de veranderingen minder uitgesproken zullen zijn in het centrale en het westelijke deel van de Atlantische Oceaan. Hier zou een overschakeling op meer droogtetolerante voedergewassen - bijvoorbeeld op luzerne in plaats van grasland - tot een hogere productiviteit kunnen leiden. In de zuidelijke regio's van Europa zullen de voederopbrengsten en dus ook de melkopbrengsten naar verwachting dalen. Een omschakeling op andere voedergewassen zou in deze gebieden een succesvolle aanpassingsstrategie kunnen blijken.

Grasland is het meest stabiel
Uit de analyses blijkt ook dat zuivere graslandbedrijven het minst getroffen zullen worden, aangezien de graslandopbrengsten relatief stabiel zijn. Boeren die meer afhankelijk zijn van voedergewassen, zullen hun huidige productiviteitsniveau in praktisch alle regio's kunnen handhaven of zelfs verhogen als zij hun keuze van voedergewas optimaliseren voor het klimaat. Deze over het algemeen vrij positieve resultaten gelden echter alleen als de systemen relatief stabiel blijven. Ook bestaat de mogelijkheid dat een toename van extreme weersomstandigheden en hittegolven alle positieve effecten van een warmer klimaat tenietdoet.

Bron: FiBL


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Rss Twitter

© BioJournaal.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven