Zweden koploper wat betreft biologische voeding in publieke sector, Denemarken tweede

Zweden staat op de eerste plaats, Denemarken op de tweede en Noorwegen staat op de derde en laatste plek als het gaat om de hoeveelheid biologisch voedsel die wordt geserveerd in kantines, op kleuterscholen en andere werkplekken in de publieke sector in de drie Scandinavische landen. Dit blijkt uit de resultaten van een nieuw rapport van de Universiteit van Kopenhagen. Het rapport geeft aan dat er veel mogelijkheden zijn om de omschakeling naar biologisch voedsel in de Deense openbare sector uit te breiden - een onderwerp dat momenteel in de hele EU wordt besproken.

De regeringen van Denemarken, Noorwegen en Zweden willen allemaal meer biologisch voedsel gaan serveren in hun ziekenhuiskeukens, kleuterscholen, kantines en andere instellingen. Dat is goed voor het milieu, de biodiversiteit en het dierenwelzijn, en dan hebben we het nog niet eens over het feit dat de consument ook  biologische voeding wil. In een nieuw rapport van het Department of Food and Resource Economics van de Universiteit van Kopenhagen worden de prestaties van deze drie landen bij de introductie van meer biologisch voedsel in hun publieke sectoren vergeleken.

De studie noemt Zweden het best presterende Scandinavische land, met een aandeel van 39% biologisch voedsel in de publieke sector. In Denemarken is dit 22% en in Noorwegen slechts 1%. De Zweedse ervaring toont aan dat het mogelijk is om op nationaal niveau grote hoeveelheden biologisch voedsel in te kopen in de publieke sector en dat er in Denemarken nog veel ruimte is voor uitbreiding.

"Met name Zweden, maar voor een deel ook Denemarken, moeten worden beschouwd als landen die succesvol zijn geweest wat betreft de invoering van biologische maaltijden in de publieke sector, terwijl de inspanningen van Noorwegen lijken te zijn mislukt," aldus professor Carsten Daugbjerg, de auteur van het rapport.

In Zweden staat biologisch gelijk aan gezond 

Volgens het rapport bestond de Zweedse strategie uit het vaststellen van concrete cijfers over de hoeveelheid biologisch voedsel die de openbare keukens zouden moeten inkopen, die de gemeenten vervolgens zouden moeten naleven.

"Tegelijkertijd hebben de Zweden biologisch voedsel in een bredere context geplaatst door het in verband te brengen met de volksgezondheid. Dit is een belangrijke verklaring voor het succes dat Zweden heeft geboekt bij de introductie van biologische voeding in de publieke sector. Maar het heeft waarschijnlijk ook te maken met het feit dat Zweedse gemeenten ontvankelijker zijn voor de autoriteit en de doelstellingen die uit Stockholm komen," legt professor Daugbjerg uit.

"In de Deense publieke sector zijn niet dezelfde inspanningen geleverd als in Zweden om de volksgezondheid te koppelen aan biologische voeding. In Zweden hebben ze een concept voor gezonde voeding in de publieke sector, SMART genaamd, dat biologische voeding koppelt aan volksgezondheid. Daar gebruiken gemeenten dit concept daadwerkelijk bij hun menuplanning en maaltijdbezorging," zegt Carsten Daugbjerg.

De vraag moet de productie volgen

Binnen de EU wordt momenteel gediscussieerd om meer landbouwgrond biologisch te maken. De EU wil zelfs dat 25% van het landbouwareaal biologisch wordt, wat onder meer het milieu zou helpen beschermen. Om deze ontwikkeling op gang te brengen, zijn er voorstellen voor speciale hulpregelingen voor boeren die over willen schakelen van de conventionele naar de biologische landbouw. Volgens Daugbjerg kan dit echter niet op zichzelf staan als de EU haar doel wil bereiken.

"In Denemarken is er veel aandacht besteed aan het verhogen van de vraag naarmate de productie toeneemt. Deze strategie is succesvol gebleken. Door de nadruk te leggen op het vergroten van het aanbod via stimuleringsmaatregelen voor landbouwers, bestaat het risico van overaanbod en dalende prijzen," legt hij uit.

Volgens Carsten Daugbjerg is de Deense strategie succesvol geweest in het betrekken van marktdeelnemers om de markt voor biologische producten te laten groeien. De samenwerking tussen het ministerie van Milieu en Voedselvoorziening en de biologische sector, met name Organic Denmark, heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld.

"In de loop van de tijd zijn de inspanningen om de vraag te stimuleren uiteengelopen van het motiveren en bijstaan van supermarktketens bij het op de markt brengen van biologische producten, tot het inschakelen van keukenpersoneel in de publieke sector. Dit gebeurde terwijl de productie toenam. Ik denk dat de EU hier veel van kan leren," aldus professor Daugbjerg.

Naast Zweden, Oostenrijk en Zwitserland is Denemarken binnen de EU koploper als het gaat om de verkoop van biologische producten. Op nationaal niveau zijn deze producten goed voor iets minder dan 12% van de totale voedselverkoop in het land.

Bron: University of Kopenhagen

 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven