Belgische rekenkamer: beleid laat te wensen over

"Biologische landbouw Wallonië lijdt onder gebrek aan visie"

De Belgische Rekenkamer heeft onderzocht hoe de (financiële) steun eruitziet die het Waals Gewest aan de biologische landbouw verleent. De biologische landbouw maakt al tien jaar een sterke groei door. Hoewel het aantal biologische landbouwbedrijven en het totaal aantal oppervlakken sinds 2006 echter meer dan verdrievoudigd is en de consumptie van biologische producten aanzienlijk is toegenomen, viel het de Rekenkamer op dat het beleid ter ondersteuning van de
biologische landbouw te lijden heeft gehad onder een gebrek aan visie op middellange en lange termijn. De huidige steun draait eerder om de begeleiding van biologische bedrijven dan om een concrete bepaling van de richting van de ontwikkeling van de biologische landbouw in de toekomst. Bovendien is de Rekenkamer van mening dat de structurele risico's die op de ontwikkeling van de Waalse biologische landbouw drukken, aanzienlijk groot blijven. Daarnaast is de duurzaamheid van de financiële steun de algehele ondersteuning van de biologische landbouw na 2020 niet gegarandeerd.

Sterke en zwakke punten van het strategisch plan
In 2013 heeft de Waalse regering een strategisch plan voor de ontwikkeling van de biologische landbouw (PSDAB) goedgekeurd dat de teelt van Waalse biologische producten helpt verbeteren en bedrijven helpt bij de overgang van conventionele landbouw naar
biologische landbouw. In dit plan zijn vijf gekwantificeerde doelstellingen vastgelegd die in 2020 moesten zijn behaald. De doelstellingen hebben betrekking op de teelt en consumptie
van biologische producten en de omzetting van oppervakken waarop conventionele landbouw plaatsvindt naar oppervlakken waarop biologische landbouw plaatsvindt.

Het PSDAB is een belangrijke stap voorwaarts in de richting van de structurering van de (financiële) steun van het Waals Gewest aan de biologische landbouw. In het bijzonder heeft het plan geleidelijk de integratie verhoogd van biologische landbouw in de onderzoeksactiviteiten van het Waals Centrum voor Agronomisch Onderzoek (Craw).

Niettemin moet de geïntegreerde benadering van de teelt tot de consumptie worden geconsolideerd aan de hand van een robuustere objectivering van de gestelde doelen. Ondanks een positieve ontwikkeling van de objectieve indicatoren van het plan, is het zeer
waarschijnlijk dat verschillende doelstellingen rond de deadline niet zullen zijn gehaald. Dit geldt met name voor de doelstelling om 18% van het Waalse landbouwareaal om te zetten naar biologisch.
Aangezien het effect van de uitvoering van het PSDAB niet is geëvalueerd, blijft de impact ervan op de ontwikkeling van alle biologische sectoren bovendien onbekend. Het is daarom niet mogelijk om de effecten van het plan te isoleren van de structurele trends van de biologische markt.

Ten slotte is, ondanks de invoering van verschillende instrumenten waarmee alle sectoren binnen de biologische landbouw kunnen worden ontwikkeld, nog niet aan alle voorwaarden voldaan om een voldoende hoog niveau van doeltreffendheid en efficiëntie te
kunnen garanderen. 

Evaluatie van het overheidsbeleid ter ondersteuning van de
biologische landbouw
Het beleid ter ondersteuning van de Waalse biologische landbouw heeft te lijden onder een gebrek aan visie op middellange en lange termijn. Het beleid is bovendien niet geïntegreerd in ander beleid dat er raakvlakken mee heeft. De bijdrage van de biologische landbouw aan de vermindering van vervuiling door agrarische bronnen is dus niet (duidelijk genoeg) gedefinieerd.

Daarnaast is het PSDAB niet gebaseerd op een nauwkeurige inventarisatie van de sterke en zwakke punten van de Waalse landbouw. Het PSDAB negeert het feit dat de Waalse landbouw in belangrijke mate niet gericht is op voeding voor mensen en het feit dat de landbouw in te kleine mate hiernaar wordt omgevormd. Hierdoor ontstaat er een afstand tussen de vorm van landbouw en de vraag van de Waalse consumenten naar biologische producten.

Evenzo houdt het beleid van de Waalse overheid geen rekening met veranderingen in de vraag naar productcategorieën. Dit heeft vooral zijn weerslag op de verdeling van CAPpremies, die niet overeenstemmen met een vorm van landbouw waarbij wél aan de vraag van de consumenten kan worden voldaan.

Hoewel het plan op bepaalde punten voldoet, is er bij de implementatie van het PSDAB sprake van een gebrek aan coördinatie en grote ‘gaten’. De implementatie loopt ook vertraging op: de sectorale onderzoeken waarin het plan voorziet en de selectie van te
prioriteren sectoren zijn bijvoorbeeld pas recentelijk afgerond.
De huidige (financiële) steun draait eerder om begeleiding dan om een concrete bepaling van de richting van de ontwikkeling van de biologische landbouw in het Waals Gewest in de toekomst.

Analyse van de risico’s
De Rekenkamer acht de structurele risico's die drukken op de ontwikkeling van de Waalse biologische landbouw aanzienlijk groot.
Het aanhoudende risico op een onbalans tussen vraag en aanbod binnen bepaalde sectoren, met gevolgen voor de financiële rentabiliteit van de sector is daarbij het grootst. Dit risico is des te groter omdat het proces van de oppervakken waarop conventionele landbouw plaatsvindt naar oppervlakken waarop biologische landbouw plaatsvindt geen onderdeel uitmaakt van het huidige ondersteuningsbeleid: hoewel ze een belangrijk middel vormen
om de toegevoegde waarde van biologische producten te vergroten, blijven de acties in het kader van een dergelijk omzettingsproces beperkt. Bovendien is de duurzaamheid van de financiële steun aan de biologische landbouw na 2020 niet gegarandeerd.

De middelen die in het kader van de PAC-premies aan het Waals Gewest worden toegekend, zijn zelfs geleidelijk naar beneden bijgesteld, terwijl het aantal landbouwbedrijven dat biologische steun krijgt aanzienlijk toeneemt. De financiële gezondheid van biologische landbouwbedrijven hangt echter over het algemeen juist af van
dit premiesysteem.

Beoordeling van het toezicht op gecertificeerde biologische
bedrijven
Biologische ondernemers worden gemiddeld twee keer per jaar door de certificerende instellingen (CI's) gecontroleerd op het in het bezit hebben van de juiste biologische certificaten en op de naleving van de hieraan gekoppelde eisen. Dit gemiddelde is een van de hoogste voor Europese landen.

Het toezicht van het Waals Gewest biedt echter onvoldoende garanties voor de kwaliteit van de controles die worden uitgevoerd door de CI's en ook onvoldoende garanties voor een uniforme toepassing van de biologische regelgeving. Het Gewest organiseert immers lang niet altijd de jaarlijkse inspectie van CI’s zoals voorzien door de regelgeving en organiseert ook weinig controles van bedrijven in het veld. 

Het Waals Gewest beschikt over een aantal, dat de CI's kan opleggen op het moment dat deze vaststellen dat een biologisch bedrijf de biologische wet- en regelgeving niet naleeft. In 2017 zijn 1.815 sancties opgelegd aan 2.272 van de biologisch gecertificeerde bedrijven. Van deze sancties ging het in 72% van de gevallen om enkele opmerkingen en verzoeken om verbetering, in 6,3% van de gevallen ging het om waarschuwingen, gevolgd door versterkte controles en in 1,5% van de gevallen ging het om downgrading van producten of partijen producten. In slechts 9 gevallen zijn de zwaarste straffen opgelegd. In een audit uit 2017 constateerde de Europese Commissie dat de door CI’s opgelegde sancties, met name in
het geval van ernstige en/of terugkerende overtredingen, niet effectief genoeg waren om een correcte naleving van Europese richtlijnen te kunnen waarborgen.

Het aantal opgelegde sancties verschilt bovendien van certificeringsinstantie tot certificeringsinstantie. Toch staat de kwaliteitsafdeling garant voor een uniforme toepassing van de regelgeving door de CI's, maar analyseert deze eventuele afwijkingen
niet. De afdeling heeft ook geen informatie over het aantal interne beroepen van biologische bedrijven tegen de sancties die door de CI's zijn opgelegd. De documentencontroles bij de invoer van biologische producten van buiten de EU worden altijd systematisch georganiseerd. De fysieke controles en het nemen van monsters, zelfs als het gaat om een steekproef, vinden daarentegen nog niet plaats. Het risico dat er als biologisch gekwalificeerde producten worden geïmporteerd, terwijl dat niet het geval is, is hierdoor dus reëel.

Bron: Cour des Comptes


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven