Varkenshouder Koen Lipman:

"Omschakeling naar biologisch heeft heel goed uitgepakt"

Groter groeien, tweede locatie of wellicht toch…biologisch? Voor veel varkenshouders klinkt de biologische sector als een ver-van-hun-bed-show. Daar staat echter financiële rust, overzichtelijke dieraantallen en afwisselend werk in de buitenlucht tegenover. Hoe ervaren recente omschakelaars dat?

Rust
Koen Lipman uit Hellendoorn schakelde in augustus 2017 over naar bio. Jarenlang was hij op zoek naar een reguliere locatie, maar viste hij telkens achter het net. “Biologisch varkenshouden kwam toen als optie aan bod”, vertelt Koen. “Ik was niet meteen enthousiast, maar gaandeweg werd het steeds interessanter. Voor biologisch had ik een minder hoge financiering nodig en de kleinere bedrijfsomvang paste mij ook goed. Wat voor mij de doorslag gaf is het produceren in een concept waarbij vraag en aanbod op elkaar zijn afgestemd. Zo blijft de prijs stabieler en dat geeft veel rust”, ervaart de varkenshouder.

Goede technische resultaten
“Ik was heel benieuwd hoe de zeugen het zouden doen. Uiteindelijk doe je een forse investering en dan wil je wel technisch goed draaien. Gelukkig heeft dat heel goed uitgepakt”, lacht hij. Koen nam de zeugenstapel van een regulier varkensbedrijf over. “De zeugen kregen veel meer ruimte en hadden in het begin spierpijn. Het aantal verwerpers en terugkomers viel echter reuze mee. De eerste tijd moet je zelf ook omschakelen. Dan leer je hoe de varkens reageren op de seizoenen en de andere manier van werken. Ik geniet er nu echt van om de dieren buiten te zien lopen.” Zijn tip voor varkenshouders die bio overwegen: “Ga op veel bedrijven kijken, dan zie je hoe het werkelijk is. Ik krijg vaak de opmerking dat het bedrijf er veel mooier bij ligt dan collega-boeren hadden verwacht. En dat ze niet hadden verwacht dat ik zo veel biggen speen. Die waardering is erg leuk.”

Beter dan verwacht
Gerrit van Veen uit Boerdonk is sinds één jaar bio. Na zijn stage merkte hij dat hij liever in de bio-varkenshouderij verder wilde. “Vooral omdat ik het een mooie manier van varkenshouden vind, maar ook vanwege de grotere financiële zekerheid, aangezien prijzen slechts vier keer per jaar wijzigen”, licht Gerrit toe. “Vooraf was ik huiverig om de zeugen los te zetten in de kraamhokken, waar zowel de zeugen als biggen vanaf dag één naar buiten mogen. Ik was bang voor onderkoeling, diarree en meer uitval bij de biggen. Maar dit gaat veel beter dan verwacht.” Er is inderdaad meer handwerk met bijvoorbeeld uitmesten en instrooien. “Daar staat tegenover dat je door de kleine dieraantallen minder werk hebt met zaken als enten. Waar je in de zomer wel voor moet opletten is dat de zeugen niet verbranden in de felle zon, daar zijn ze gevoelig voor en dat hadden we onderschat.”

Hoe doen anderen het?
Zijn tip: “Biologisch varkenshouden moet je wel echt willen en niet alleen voor het geld doen. Afnemers zijn daar ook naar op zoek. En kijk veel bij andere bioboeren, zodat je het meteen goed kan aanpakken.”

Voor meer informatie: www.reudink-bio.eu


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2021

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven