Een biologische moestuin, hoe doe je dat?

Het duurt nog een hele poos voordat het voorjaar wordt, maar toch kan je nu alvast beginnen met het maken van moestuinplannen. De donkere maanden moet je in de tussentijd door zien te komen met klusjes zoals energie vergelijken, overstappen energie of niet? 

En natuurlijk bedenken hoe je van start gaat met een eigen moestuin. Wanneer het voorjaar aanbreekt ben je met onderstaande tips helemaal klaar voor een eigen moestuin met biologische groenten. Biologisch tuinieren houdt in dat je rekening houdt met de natuurlijke processen in je tuin.

Tip 1: Begin niet te groot
Wanneer je voor het eerst een moestuin start is het verstandig om klein te beginnen. Op die manier krijg je het biologisch tuinieren het beste onder de knie. Begin je te groot, dan raak je misschien het plezier van tuinieren kwijt, omdat je vele uren bezig bent met spitten, onkruid wieden en bemesten. Kortom het onderhoud is best zwaar. Door klein te beginnen en niet meteen teveel te zaaien kan je rustig ontdekken hoe het allemaal werkt en of je er plezier aan beleeft. Zelfs een klein stukje moestuin levert heel wat groenten op.

Tip 2: Doe aan vruchtwisseling
Vruchtwisseling betekent dat elke stukje grond in je moestuin ieder jaar een ander gewas krijgt. Wanneer je dit toepast krijgen natuurlijke belagers van de groenten minder tijd om zich te ontwikkelen. Daarnaast zorg je ervoor dat de bodemstoffen goed worden benut. Een moestuin deel je van te voren op in percelen. Kies er minstens vier en schuif de teelt elk jaar eentje op.

Tip 3: Voorkom een te zure bodem
De grond van een moestuin wordt behoorlijk uitgeput. Vandaar dat het belangrijk is om de zuurgraad met een bodemtest te checken. Heb je het idee dat je grond wel wat extra's kan gebruiken strooi er dan wat kalk overheen. Door kalk wordt de pH-waarde van je grond verhoogd.

Tip 4: Bodembedekkers
In de natuur zie je geen kale stukken grond. In een mum van tijd groeit er onkruid op. Om onkruid in de moestuin te voorkomen kan je plantaardig afval gebruiken. Tevens is het een optie om een ander gewas tussen de rijen te planten of te zaaien. Dat doe je met name bij gewassen die pas laat de grond bedekken. Heb je een stuk grond vrij? Zaai dan een groenbemester zoals lupine, phacelia of wikke. Dat zijn planten die je niet kunt eten, maar die wel de bodem bedekken. Handig, want een onbedekte bodem wordt minder vruchtbaar door wind, zon en regen.

Tip 5: Koop biologische zaden en planten
Wanneer je begint met zaaien is het belangrijk dat je zaden koopt die biologisch zijn. Bij De Bolster en Vreeken’s is van alles verkrijgbaar. De meeste biologische tuinders kopen daar hun zaden. In sommige gevallen is het handiger om plantjes te kopen. Biologische kwekerijen zijn er steeds meer, dus er vast wel eentje bij jou in de regio te vinden. Na het oogsten kan je overigens zelf zaad opvangen. Dat kan je bijvoorbeeld doen bij pompoen, komkommer, bonen of courgette.

Tip 6: Kies de juiste bemesting
In een biologische moestuin kan je eigen compost gebruiken of biologische paarden- of kippenmest. Kunstmest is uiteraard uit den boze. In een biowinkel is kant- en klare bemesting te koop.

Tip 7: Gebruik biologische bestrijdingsmiddelen
In een moestuin heb je te maken met plagen. Die kan je in een biologische moestuin niet bestrijden met chemische bestrijdingsmiddelen. In het tuincentrum zijn biologische middelen te koop, maar je kan op Internet eveneens tips vinden hoe je plagen op met een eigen middeltje te lijf gaat.

Dit bericht is ingestuurd door Twenty Four Webvertising BV.


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven