Götz Rehn, directeur Alnatura:

"Winstmaximilisatie is niet het doel"

Met alle macht dringen conventionele supermarkten en discounters sinds de afgelopen jaren de markt voor bio-producten op en vergroten daarmee de druk op traditionele bio-speciaalzaken. In een gesprek vertelt Götz Rehn, oprichter en directeur van bio-keten Alnatura, wat zijn bedrijf van de concurrentie onderscheidt, waarom er zeer goede en minder goede bio-producten bestaan en waarom hij als vader van twee volwassen kinderen Alnatura in twee stichtingen heeft ondergebracht.

Rhen is de oprichter en directeur van de op één na grootste Duitse bio-supermarktketen. De directeur heeft zelf ook een grote voorkeur voor biologische producten. "Altijd als ik het zelf in de hand heb, eet ik enkel producten uit de biologische landbouw. Alleen al omdat ze beter smaken. Op reis is dat natuurlijk niet altijd mogelijk, maar thuis eet ik enkel bio-producten."

Hoge eisen
In de Duitse supermarkten en discounters als Lidl en Kaufland verschijnen steeds meer biologische producten. " Natuurlijk zijn er bij bio heel verschillende kwaliteiten. En de levensmiddelen kunnen naar verschillende criteria geanalyseerd worden. Ligt de oorsprong van het product uit het buitenland of komt het uit de regio? Hoe is de receptuur bij een verwerkt product? Hoe veel waardevolle inhoudsstoffen heeft het product? En heel belangrijk: hebben de telers een eerlijke prijs gekregen? Want wanneer dat niet zo is, kunnen ze ook niet biologisch werken. Er zijn dus verschillende bio-kwaliteiten en dus ook verschillende prijzen. Wij hebben sinds 35 jaar een zogenaamde werkkring kwaliteit, die uit zes zelfstandige deskundigen bestaat die ieder Alnatura-product goed moeten keuren. Daarmee gaat onze standaard de eisen die voor het Europese bio-keurmerk gelden ver te boven."

Toch, zo wordt Rhen voor de voeten geworpen, bieden Lidl en Kaufland ook producten die de minimale eisen van de EU overtreffen. Zij nemen producten af van Bioland en Demeter. "Dat klopt, maar de teelt garandeert uiteindelijk geen hoge productkwaliteit. Demeter en Bioland zijn handelsmerken voor bepaalde landbouwmethodes. Dat wil in principe natuurlijk alleen maar zeggen dat er eersteklas grondstoffen gebruikt worden. Die stammen dan bijvoorbeeld niet van bedrijven waar zowel biologisch alsook conventioneel geteeld wordt. Maar de productkwaliteit wordt uiteindelijk bepaald door de samenstelling – het bio-aandeel. Dat bedraagt bij onze producten 100 procent. Anderen zijn deels met 95 procent tevreden, de minimale eis van de EU. En in onze producten zijn ook slechts minder dan dertig van de in totaal drieënvijftig voor bio toegelaten toevoegingsmiddelen te vinden. Zo maken we geen gebruik van het verdikkingsmiddel carrageen, dat door de bio-richtlijn van de EU weliswaar is toegestaan, maar waarvan is aangetoond dat het het immuunsysteem kan beïnvloeden."

Duurzaam gevestigd
Hoewel deze verschillen misschien bij maar weinig klanten bekend zijn, kopen mensen volgens Rhen bij Alnatura omdat 'we niet alleen goede bio-producten aanbieden, maar als bedrijf in z'n totaliteit duurzaam zijn.' "We zitten hier bijvoorbeeld in een duurzaam gebouw, dat uit leem bestaat en vrijwel klimaatneutraal is: aardwarmte in plaats van airconditioning, zelf geproduceerde stroom. Ons hoogbouwmagazijn in Lorsch is van regionaal gecertificeerd hout gemaakt, eveneens duurzaam dus."

"Sinds meer dan vijf jaar steunen we in samenwerking met de natuurbeschermingsbond met het bio-telersinitiatief het project 'Boden gut machen' (De grond goedmaken). Hiermee worden conventionele bedrijven gestimuleerd om over te stappen op biologische landbouw– met een bedrag van tot wel 60.000 euro per bedrijf. Tot nu toe is hierdoor meer dan 11.000 hectare nieuw bio-areaal ontstaan. We werken uit overtuiging, ons gaat het om een toekomstgerichte, duurzame economie. Volgens het motto "Zinvol voor mens en aarde" betekent dat voor ons: eerst de zinvolheid, dan de winst."

Stijgende omzet
In het afgelopen boekjaar is de omzet van Alnatura met 9,5 procent gestegen en daarmee bijna dubbel zo sterk gegroeid als de totale biomarkt. "We zijn zeer dankbaar voor de belangstelling van de klanten. Ook dit jaar willen we dubbel zo sterk groeien en daarmee zijn we tot nu toe op een goede weg."

Verdrongen door de grote spelers
De bio-markt heeft groot ontwikkelingspotentieel, desalniettemin maken discounters en conventionele supermarkten 60 procent van de Duitse bio-markt uit. Aldi is al lang uitgegroeid tot de grootste bio-verkoper. "In het afgelopen jaar behaalde men in Duitsland een omzet van elf miljard euro met bio-producten. De totale omzet van de levensmiddelenmarkt bedraagt echter 180 miljard euro. Het bio-aandeel is dus niet zo groot als over het algemeen aangenomen wordt en zoals wenselijk zou zijn. Er bestaat nog zeer veel ontwikkelingspotentieel. Het aantal mensen dat waarde hecht aan duurzaamheid, milieu en sociale standaarden neemt toe."

Eenerzijds geeft Rhen toe bang te zijn om verdrongen te worden door de grote spelers in de markt. "Aan de ene kant ja. Aan de andere kant handelen veel mensen inconsequent. Als burgers bekritiseren ze iets, als consument negeren ze het - zoals bijvoorbeeld de luchtverontreiniging aan de ene kant en de toename van het vliegverkeer aan de andere kant laten zien. Maar men kan toch niet zo naïef zijn om te denken dat we verder kunnen gaan zoals we tot nu toe deden? De klimaatthematiek is nu werkelijk in de maatschappij aangekomen. En de aankoop van bio-producten biedt de kans om zonder ergens vanaf te zien het klimaat te beschermen, zo zuiver mogelijk grondwater te garanderen en de biodiversiteit te behouden. Deze consumptie draagt dus bij aan de verbetering van de situatie op aarde. In zoverre moeten we er dus met zijn allen naar streven om meer bio op de wereld te brengen.

Regeringsbeleid
Rhen is niet tevreden met het beleid van de regering. "De groeipercentages van de Duitse bio-markt zijn mijns inziens veel te klein. En met het oog op de klimaatcrisis zijn de doelen van de Bondsregering veel te beperkt: over tien jaar moet op 20 procent van alle arealen biologisch geteeld worden. Momenteel ligt het percentage op circa acht procent. Landen zoals Denemarken willen compleet overstappen op biologische landbouw.

Investeren
Winstmaximalisatie is niet het doel, zegt Rhen altijd. Terwijl hij zijn bedrijfsomzet becijfert, weigert hij om de winst te noteren. "Het meten van de winst hangt er ook vanaf hoe een bedrijf wordt vormgegeven. Maar zoveel kan ik zeggen: we willen altijd een aangemeten aandeel aan winst overhouden. En daarbij rekenen we over het algemeen op een netto-winst van 1,5 tot 2,0 procent. Zoveel dat we kunnen investeren en vrij en onafhankelijk blijven. Winstmaximalisatie is, zoals gezegd, niet ons doel."

Stichtingen
In 2018 werd het bedrijf in twee stichtingen ondergebracht. "Aan de ene kant heb ik de Alnatura stichting van algemeen nut opgericht – aan de andere kant is er de Götz E. Rehn stichting, een familiestichting die niet van algemeen nut is. Beiden zijn via een holding met elkaar verbonden. In de Alnatura stichting wordt toekomstig het gros van het bedrijfskapitaal gebundeld, in de familiestichting zijn de stemrechten gebundeld. Daarmee behoort het bedrijf quasi aan zichzelf toe."

Tot nu toe zijn Rhens beide kinderen niet bij Alnatura of in de stichting actief. Het bedrijf wordt gestuurd door de Alnatura-directie. Zonder antwoord te geven op de vraag of zijn kinderen het bedrijf op termijn overnemen, verzekert Rhen: "Onze klanten kunnen er in ieder geval zeker van zijn dat dat wat zij met hun aankopen bij ons ondersteunen, blijft en verder wordt ontwikkeld."

Bron: Frankfurter Rundschau 


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2020

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven