Minister Schouten:

"Forfaits blijven vooralsnog ongewijzigd voor biologische melkveehouders"

Minister Schouten laat in de Kamerbrief Actualisering forfaitaire excretienormen van 8 oktober weten dat voor biologische melkveehouders geen uitzondering wordt gemaakt. Wel wil ze de biologische sector de tijd geven om zich voor te bereiden op de hogere normen. En ze geeft aan dat de forfaits vooralsnog ongewijzigd blijven voor de bio-melkveehouders.

De nieuwe normen hebben ook voor biologische melkveehouders en zelfzuivelaars een nadelig gevolg. Tot nu toe rekenen biologische melkveehouders met een vaste forfaitaire stikstofexcretie, maar volgens Schouten is dat onterecht. Ook biologische koeien stoten meer stikstof uit bij een hogere productie en/of een hoger ureumgehalte in de melk. 

Over biologisch staat onder meer het volgende in de Kamerbrief:

Biologisch gehouden dieren (melkvee, varkens en pluimvee)
Op dit moment mag worden uitgegaan van een vaste forfaitaire stikstofexcretie voor biologisch gehouden dieren. Voor biologisch gehouden melkkoeien is deze waarde nu dus, anders dan bij gangbaar gehouden melkkoeien, niet gekoppeld aan melkproductie en ureumgehalte. De forfaitaire fosfaatexcretie is wel afhankelijk van de melkproductie (net zoals bij gangbaar gehouden melkkoeien).

In het advies van de CDM valt de forfaitaire stikstofexcretie voor biologisch gehouden pluimvee en varkens fors hoger uit dan de huidige vaste forfaits. Voor melkkoeien wordt aangegeven dat wat betreft fosfaat- en stikstofexcretie het verschil tussen biologisch en gangbaar gehouden melkkoeien enkel wordt verklaard door de melkproductie. Als gevolg hiervan wordt voorgesteld om, net als voor gangbaar gehouden koeien, voor biologisch gehouden melkkoeien uit te gaan van een excretie die toeneemt naarmate de melkproductie per koe en het ureumgehalte in de melk toenemen. In de praktijk betekent dit dat in de meeste gevallen de forfaitaire stikstofexcretie op bedrijfsniveau zal toenemen voor biologische melkveehouders. De reacties in de consultatie gaan vooral in op het korte tijdpad en de gevolgen die de hogere stikstofexcretie heeft voor de bedrijfsvoering.

Consequenties voor wijzigingsregeling
"Voor de actualisering van de excretieforfaits is de CDM uitgegaan van de werkelijke productie in de afgelopen jaren en van veranderingen die zich daadwerkelijk hebben voorgedaan in de sector. Uit de consultatie maak ik op dat de actualisering zoals deze door de CDM wordt voorgesteld door het grootste deel van de sector niet op bezwaren stuit. Voor vleesveehouders, melkveehouders met
hoogproductieve koeien, zelfzuivelaars en veel biologische veehouders kan de actualisering echter grote gevolgen hebben. Op basis van de uitkomst van de consultatie heb ik besloten om voor deze groepen de forfaits vooralsnog ongewijzigd laten. Dit betreft een relatief klein en duidelijk te onderscheiden deel van de totale Nederlandse veehouderij."

"Ten aanzien van de melkveehouderij leidt de actualisering ertoe dat
melkveehouders met hoogproductieve koeien en zelfzuivelaars meer
fosfaatrechten nodig zullen hebben. Ik wil eerst onderzoeken of naast uitstel aanvullende overgangsmaatregelen nodig zijn. Voor zelfzuivelaars ben ik bovendien voornemens om op termijn uit te gaan van de daadwerkelijk geproduceerde hoeveelheid melk, zoals dit ook bij de rest van de melkveehouderij het geval is en zoals in de consulatie duidelijk als wens naar voren kwam. Ik wil met de groep zelfzuivelaars tot afspraken komen over de manier waarop zij de data over hun melkproductie kunnen aanleveren bij RVO.nl. Tot die tijd blijft de vastgestelde gemiddelde melkproductie waarvan bij de zelfzuivelaarsregeling wordt uitgegaan ongewijzigd."

"Voor biologische veehouders betekent dit dat zij uit mogen blijven gaan van de huidige vaste forfaitaire stikstofexcretie. Ik vind het belangrijk dat zij de tijd krijgen om te anticiperen op de nieuwe, vaak hogere forfaitaire stikstofnormen. Ik zal met de biologische sector in gesprek gaan over de implementatie van de nieuwe rekenwijze voor de stikstofexcretie. Op verzoek van de biologische sector wordt de voorziene wijziging voor biologisch gehouden melkgeiten wel per 1 januari 2020 doorgevoerd. Ook voor biologisch gehouden schapen voer ik de voorziene wijziging per 1 januari 2020 door omdat het om een heel beperkte wijziging gaat."

Lees de Kamerbrief

Bron: Rijksoverheid


Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven