Hoe Danone, Kashi en Land O'Lakes de duurzame, biologische teelt ondersteunen

Minder dan 1% van de teeltbedrijven in de VS had in 2017 een biologische certificering volgens het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). Door de vele voordelen die het duurzame systeem heeft voor de gezondheid en het milieu, hopen veel telers over te kunnen stappen op de biologische teelt.

Het probleem is dat telers die over willen stappen vaak met hoge kosten te maken krijgen wanneer ze met hun conventionele teelt overstappen op de biologische teelt, bijvoorbeeld door de 36 maanden durende overstaptijd voordat ze een certificering krijgen en de hoge kosten van apparatuur en zaden.

Volgens artikelen van onder andere Public Radio International is de vraag naar Amerikaanse biologische producten echter groter dan de beschikbaarheid. De grote hoeveelheid import zorgt er echter voor dat er wel aan de behoefte kan worden voldaan. Dit is nodig ondanks dat het aantal gecertificeerde biologische teeltbedrijven van 2016 tot 2017 met 7% is gestegen, zo staat in data van de USDA.

Als reactie hierop werpen private bedrijven zich op als financierder van deze hoge kosten, zorgen ze ervoor dat de teeltbedrijven een stabiele koper hebben of bieden ze ondersteuningsprogramma's. Het doel hiervan is om het aantal biologische teeltbedrijven te vergroten.  

Waarom is dit belangrijk voor voedselbedrijven
Veel bedrijven moedigen hun leveranciers aan of verplichten ze zelfs om over te stappen op duurzamere methodes. Vier van de grootste voedselbedrijven in de VS, Danone North America, Mars, Nestle USA, en Unilever United States, hebben in 2018 samen de Sustainable Food Policy Alliance opgericht. Een dergelijke reactie op de consumentenvraag naar meer biologische producten is zichtbaar in de gehele industrie.

De noodzaak om over te stappen op een duurzame voedselproductie groeit, omdat er bij de conventionele teelt steeds meer oogstproblemen voorkomen door klimaatsverandering. Gewassen die met conventionele teeltpraktijken geteeld worden, kunnen zich minder goed aanpassen aan de veranderende klimaatomstandigheden dan de gewassen die met duurzame methodes worden geteeld. Een groot voordeel van duurzame teeltpraktijken is dat ze de veerkrachtigheid van de grond vergroten door middel van een betere bodemgezondheid, efficiënter waterverbruik en een betere resistentie tegen plagen.

Door deze oogstproblemen kan het zijn dat voedselbedrijven te weinig producten geleverd krijgen via hun contracten, zo zei een vertegenwoordiger van Campbell’s Soup tijdens een bezoek aan Yale University. In deze gevallen moeten de bedrijven andere leveranciers zoeken, soms zelfs op het laatste moment. Deze veranderingen in de inkoop kunnen bedrijven veel geld kosten door prijsonderhandelingen, nieuwe contracten en het transport van de producten.

Hoe bedrijven reageren op de problemen
Om telers te ondersteunen bij de overstap naar biologisch, bieden veel bedrijven financieringsplannen aan aan hun leveranciers.

Zo helpt het SUSTAIN-programma van het zuivelbedrijf Land O’Lakes bijvoorbeeld om de duurzaamheid van de teelt te verbeteren door middel van zijn zuivelcoöperatie. Deze coöperatie bestaat uit een groep leden die een gegarandeerde markt voor hun melk hebben. Land O’Lakes was ook de eerste zuivelcoöperatie die zijn eigen vermogen gebruikte voor duurzame transacties. Het bedrijf biedt ook leningen aan aan telers die duurzame methodes willen gaan gebruiken, zoals het hergebruik van water en technologieën om mest te scheiden. Als telers bereid zijn om data te delen die Land O’Lakes helpt om de resultaten van de telers te volgen, kunnen telers ook korting krijgen op hun lening.

Een ander voorbeeld is Danone North America, dat door middel van nauwe samenwerkingen met zuivelboeren, bedrijven helpt om de overstap naar duurzamere systemen te maken.

"Door de jaren heen hebben we een inkoopsysteem ontwikkeld waarbij we de melk direct van de boerderij kopen. Hierdoor kunnen we nauwe samenwerkingen opzetten en samen voor innovatie gaan," zegt Chris Adamo, vicevoorzitter Federal and Industry Affairs bij Danone North America.

Twee jaar gelegen heeft Danone North America de toezegging gedaan dat het zich zou richten op de duurzame landbouw, zegt Adama. Dit betekende onder andere dat ze meer transparantie zouden creëren op het gebied van de inkoop en productiemethodes. Ook betekende dat ze voor sommige producten uitsluitend nog GGO-vrije melk zouden gebruiken. Het bedrijf heeft later een een initiatief opgezet om de bodemgezondheid te bevorderen en zo telers en boeren te helpen om duurzamere productiesystemen op te zetten. Voor hun partners is dit een enorm belangrijke drijfveer om over te stappen op duurzame systemen.

Daarnaast is er nog dit bekende voorbeeld van de overstap naar biologisch: Kashi. Door middel van een samenwerking met Quality Assurance International heeft Kashi in 2016 het Certified Transition label opgezet, zo staat op hun website. Dankzij dit label, dat op alle eindproducten staat, kunnen consumenten zien dat het product de overstap van bedrijven naar biologische systemen steunt.

Dankzij het label kan Kashi telers hogere bedragen betalen dan normaal tijdens de 3-jaar durende transitieperiode. Deze nieuwe certificering helpt een markt te creëren voor een groter biologisch areaal.

Deze programma's helpen dan ook niet alleen de bedrijven, maar zorgen er ook voor dat er steeds meer duurzame teelt komt. Dit biedt erkenning van de behoefte van de consument naar meer duurzame producten en de problemen die telers hebben bij de overstap naar biologisch. Deze programma's dienen dan ook als voorbeeld voor vele andere bedrijven op de markt.

Bron: GreenBiz (Maki Tazawa)


Publicatiedatum:


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven