Han van Kesteren, Centre of Expertise Biobased Economy

"Tijd is rijp om materiaaltransitie daadwerkelijk vorm te geven"

De wereld, Europa en Nederland staan voor drie belangrijke technologische uitdagingen in de 21ste eeuw: Energietransitie, Eiwittransitie en Materiaaltransitie. Al die uitdagingen zijn gericht op minder fossiliseren en meer verduurzamen van onze economie en maatschappij.

Qua materialen onderscheiden we drie materiaalgroepen: metalen, mineraalhoudende materialen en polymeren. De eerste twee hebben met name een uitdaging in energiegebruik tijdens productie en in recycling. De laatste groep is grotendeels fossiel van oorsprong en moet compleet getransformeerd worden naar biobased en biocompatibel. Dat wil dus zeggen niet schadelijk voor het milieu, zoals bijvoorbeeld biodegradeerbaar.

Aan het woord is Han van Kesteren van het Centre of Expertise Biobased Economy (CoE BBE). In onderstaande blog laat hij zien hoe volgens hem deze vermeende materiaaltransitie gerealiseerd zou kunnen worden.

Fossiele plastics vs. Bioplastics
Zuid-Nederland – Noord-Brabant, Limburg en Zeeland – omvat 33% van de polymeer verwerkende industrie van Nederland. We praten dan over ongeveer 450 bedrijven met een directe werkgelegenheid van 10.000 banen. Deze is op dit moment voor 98% gebaseerd op fossiele polymeren. Er rust een grote uitdaging om deze industrie te transformeren naar het gebruik van meer biocompatibele polymeren.
De afgelopen 20 tot 30 jaar zijn veel zogenaamde biopolymeren op lab- en pilotschaal ontwikkeld en getest. Denk aan zetmeel, cellulose, PHA’s, PBS, PEF, PTT. Deze zijn nog niet op grote schaal doorgedrongen tot de markt. PLA wordt van deze biopolymeren het meeste toegepast, met name medisch, en wordt vaak gezien als vervanger voor de vele bestaande thermoplastische fossiele polymeertoepassingen. Belemmeringen om te veranderen zitten naast prijs in performance, bekendheid en ervaring met de “nieuwe” materialen.

Qua performance is er discussie ontstaan over de mate van afbreekbaarheid van deze bio(based)polymeren. Inderdaad de huidige biobased polymeren (bijv. bio-PET, PLA en Bio-PE) zijn niets anders dan normale plastics die niet spontaan afbreken in de natuur en dragen dus net zo goed bij aan de plastic soep als ze in het milieu terecht komen. Zij kennen daarentegen wel een lagere CO2 footprint en leveren zo een bijdrage aan de energietransitie.

Plasticsoupfree polymeren
Ik zie het belang voor een meer integrale aanpak van de materiaaltransitie: naast biobased ook standaardisering over afbreekbaarheid van de materialen en onder welke omstandigheden. Ik pleit daarom voor een nieuw label voor polymeren: plasticsoupfree.
Om deze transitie te faciliteren, is het zaak de belemmeringen weg te nemen. Dit kan via het opvoeren van de kenniscirculatie binnen de sector, het aantonen van de mogelijkheden, het leren er mee om te gaan en het laten zien van voorbeelden. Wij zijn daar als CoE BBE al jaren mee bezig via toegepast onderzoek en het Biopolymeer Applicatie Centrum (BAC). Eindelijk lijkt de tijd rijp om de transitie daadwerkelijk vorm te geven.

Laten we hier gezamenlijk de schouders onder zetten en niet wachten totdat onze zeeën en oceanen zodanig vervuild zijn, dat het wederom tientallen jaren kost om het op te ruimen. Niet voor niets is het Reach instrument 20 jaar geleden opgestart: ervoor zorgen dat we een probleem, zoals bijvoorbeeld ontstaan met asbest, voor zijn. Met de triple helix aanpak die we in Brabant zo goed kennen, zouden we toch koploper moeten zijn in Nederland, Europa en de wereld. Ik ben er klaar voor, u ook?

bron: Centre of Expertise Biobased Economy  


Publicatiedatum :


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven