Scheikundigen kunnen vaststellen of biologische melk echt biologisch is

Fraude met voeding is een substantieel probleem. Hoewel het over het algemeen geen gezondheidsrisico's oplevert, voedsel is immers nog steeds voedsel, wordt de consument wel misleid. Als je in een restaurant een hele dure vis bestelt, hoor je natuurlijk die vis te krijgen en niet een goedkopere imitatie. Hetzelfde geldt voor biologische voeding: als je een product koopt met het label 'biologisch', hoort dit ook zo te zijn. 

Dit blijkt echter niet altijd het geval. Het kan voor sommige mensen interessant zijn om een product expres verkeerd te labelen als er zo extra geld verdiend kan worden en je er mee weg kunt komen.

Hoewel dit misschien werkt bij consumenten en toezichthouders, is het veel moeilijker om wetenschappers om de tuin te leiden. Een nieuw onderzoek dat gepubliceerd is in het Journal of Agricultural and Food Chemistry laat zien hoe scheikundigen isotopenanalyse kunnen gebruiken om onderscheid te maken tussen conventionele en biologische melk.

Isotopen identificeren

De grootste uitdaging voor scheikundigen om een unieke 'vingerafdruk' vast te stellen die melk als biologisch of conventioneel identificeert, is om een kenmerk van ieder product te vinden dat door de tijd heen redelijk consistent blijft. De concentratie van individuele nutriënten zijn hierbij wellicht geen goede maatstaf, omdat deze kunnen fluctueren. De ratio's van isotopen fluctueren over het algemeen niet, waardoor het onderzoeksteam zich hierop heeft gericht.

Isotopen zijn atomen van hetzelfde element (bijvoorbeeld koolstof) die een verschillende hoeveelheid neutronen bevatten. Koolstof-12 is bijvoorbeeld één van de meest voorkomende isotopen van koolstof en heeft zes neutronen. Hoewel isotopen chemisch gezien identiek zijn, kunnen ze gemakkelijk opgespoord worden door scheikundigen in een laboratorium.

De ratio's van isotopen kunnen daarom dienen als een unieke vingerafdruk. In dit geval, omdat koeien die met een conventioneel of biologisch dieet opgroeien andere planten krijgen, zouden de isotopen ratio's in de melk anders moeten zijn.

En dat is ook precies wat de wetenschappers gevonden hebben. het linolzuur en myristinezuur, beiden vetzuren, hadden aantoonbaar verschillende isotopische kenmerken. 

De auteurs geven toe dat een zeer beperkt aantal monsters gebruikt zijn voor dit onderzoek, dus dit moet gezien worden als een 'proof-of-concept'. Om wereldwijde biomarkers van conventionele en biologische melk vast te stellen (als deze bestaan), zouden monsters van over de hele wereld geanalyseerd moeten worden. 

Bron: American Council on Science and Health (Alex Berezow)


Publicatiedatum:


print   

Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven