"Naar verwachting 74% minder bio-appelen"

Lentevorst nekt Belgische biologische appel- en perenteelt

Dit voorjaar maakte de late en uitzonderlijk strenge nachtvorst in bijna heel Europa flinke brokken. Verwacht wordt dat er dit jaar maar liefst 74 procent minder bio-appelen zullen zijn.

De teelt van biologisch fruit is niet eenvoudig. Pitfruittelers krijgen te maken met heel wat teeltrisico's. Met name het weer is een grote risicofactor die bijna niet te controleren valt. Vooral vorstschade tijdens de bloeiperiode en hagelschade tijdens de zomer vormen een groot risico. Dit jaar kregen de fruittelers niet alleen af te rekenen met een late lentenachtvorst in april maar ook met aanhoudende droogte van april tot juni. Beiden zijn inmiddels door de Vlaamse regering als landbouwramp erkend.

Bio-appeloogst zwaar getroffen

De Belgische biofruittelers verwachten een minderopbrengst voor appelen van maar liefst 74 procent. De peren doen het beter met een verwacht verlies van gemiddeld 15 procent in vergelijking met de oogst van 2016. Ook elders in Europa is er geen groot aanbod van biologisch hardfruit door vorstproblemen én hagelschade in augustus, onder meer in Tirol. In Oostenrijk - een belangrijke leverancier van appelen en peren in Europa - rekent men voor 2017 op slechts één derde van een normale oogst, nadat ook de vorstschade in 2016 een minderopbrengst van 68 procent veroorzaakte.

Natuurlijk zal de kleinere oogst gevolgen hebben voor de prijs: biologisch hardfruit is erg gewild, zowel om zo te eten als om sap te maken. Naar alle waarschijnlijkheid zal de Belgische bio-oogst (appels en peren) dan ook vrij snel verkocht zijn.

Kleiner of groter?

Ten gevolge van de lentevorst kunnen de vruchten dit jaar beduidend kleiner of groter uitvallen. Algemeen geldt dat hoe minder fruit er aan de boom hangt, hoe dikker het wordt omdat het fruit dan meer groeiruimte krijgt. Het fruit kan dit jaar ook kleiner zijn omdat de groeiomstandigheden niet optimaal waren.

In een optimaal groeiseizoen kan de teler de grootte van het fruit iets meer beïnvloeden: als er veel fruit aan een boom hangt, kan de fruitteler de fruitbomen uitdunnen. Vroeg in het seizoen neemt hij dan een deel van de kleine vruchtjes weg zodat de overblijvende vruchten voldoende dik worden.

De vorst te slim af

Er zijn appel- en perenrassen die beter dan andere bestand zijn tegen vorst, zoals de zogenaamde 'diploïde' rassen (Topaz, Elstar, Pirouette). Deze rassen hebben doorgaans beter stuifmeel dan 'triploïde' rassen (Jonagold, Boskoop, etecetera).

Wat minstens zo belangrijk is, is de ligging van de percelen. Hoger gelegen percelen zijn minder gevoelig voor vorst omdat de koude lucht daalt.

Een teler kan ook aan vorstbestrijding doen via beregening als hij over voldoende water beschikt. Dat past een teler toe op het moment dat er al bloesems aan de bomen hangen. Bij dreigende vorst zal hij het water over de bomen verstuiven: het water bevriest en door de continue ijsvorming komt warmte vrij die de bloempjes beschermt.

Het tijdstip van de vorst speelt uiteraard een zeer grote rol: fruitbloesems die net openstaan zijn minder kwetsbaar dan bloesems die al volledig openstaan. Niet alle soorten bloeien op hetzelfde moment. Doorgaans zullen appels die vroeg bloeien kwetsbaarder zijn voor vroege vorst; als het later vriest, zijn de 'laatbloeiers' de klos.

Vakmanschap loont

Biologische pitfruitteelt is geen eenvoudige job. Naast vorstproblemen zijn er talrijke factoren die de teelt kunnen verstoren, waaronder heel wat plagen en ziektes die de bomen en het fruit kunnen aantasten. Bij de biologische groenten- of graanteelt hanteert de boer vruchtwisseling als preventieve maatregel. Omdat pitfruit per definitie een meerjarige teelt is - een fruitboom blijft meerdere jaren op dezelfde plaats staan en levert meerdere jaren vruchten - is dat geen oplossing.

Wel kan een pitfruitteler kiezen voor resistente variëteiten, biologische gewasbescherming inzetten en werk maken van een gezonde bodem. Tegen een ziekte als schurft helpt een doorgedreven bedrijfshygiëne in de vorm van het opruimen en versnipperen van gevallen blad. Ook koper- en zwavelverbindingen worden preventief, in de beperkte toegelaten hoeveelheden, toegepast om schurft en andere ziekten te voorkomen of in te perken.

Maar er liggen niet altijd oplossingen klaar. Zo is het schurftresistente appelras Topaz gevoelig voor roze appelluis en vruchtrot tijdens de bewaring. En het appelras Santana is dan weer gevoelig voor meeldauw. Bovendien zijn er ook ziekten en plagen waar (tot nu toe) geen passende of voldoende biologische gewasbescherming voor werd gevonden. Biologisch fruit telen is een uitdaging voor echte vakmannen.

Bron: Bio Mijn Natuur

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven