Carel Bouma:

"Biologisch boeren is geen topsport! Kwaliteit staat centraal"

In de Flevopolder, met haar vruchtbare kleigronden, runt Carel Bouma samen met zijn vrouw Angela een biologisch akkerbouwbedrijf te Biddinghuizen. Hier teelt hij samen met een enthousiast team van vier medewerkers diverse gewassen, waaronder aardappelen, op 72 hectare land.

Mechanisch onkruid bestrijden

Het verbouwen van aardappelen is geen eitje. Zeker niet als het gaat om biologische aardappelen. Carel vertelt hoe het proces in zijn werk gaat: "Begin april worden de aardappelen gepoot. Hiervoor wordt voorgekiemd, biologisch pootgoed gebruikt. Na drie weken worden de zogenaamde 'ruggen', die ontstaan zijn na het poten, verder opgebouwd door aan te frezen. Het voordeel hiervan is dat rooien eenvoudiger wordt en dat de aardappelen minder snel groen worden. Ook maakt het onkruid bestrijden makkelijker en bij wateroverlast is er een kleinere kans op rotten omdat het water mooi wegloopt langs de ruggen. Omdat er op GPS gereden wordt, ontstaan er mooi strak gevormde aardappelruggen. Bij biologische akkerbouw wordt onkruid mechanisch bestreden. Er worden geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dat maakt het wel extra uitdagend en arbeidsintensief. Als onkruid de kop opsteekt dan kan dit worden weggeëgd en na een nieuwe ronde gekiemd onkruid, moet je de aardappelplanten weer aanaarden. Je brengt dan nieuwe grond op de rug, zodat het onkruid stikt. Dit proces wordt indien nodig later nog een keer herhaald."

Rooien

In augustus worden de aardappelen gerooid. Voorafgaand moet het loof verwijderd worden, onder meer om rooibeschadiging te voorkomen. Het loof wordt bij biologische akkerbouw gebrand, bij gangbaar wordt dit meestal dood gespoten. Het voordeel van branden is dat je onkruid en ziektesporen doodt en een gelijkmatige afrijping krijgt. Dat bevordert de smaak van de aardappel.

Resistente rassen

Omdat de biologische teelt vrij moet zijn van chemische en synthetische bestrijdingsmiddelen en GMO, is het aardappelras waarmee gewerkt wordt van groot belang. In principe is er voor elk type aardappelras een biologische variant beschikbaar, maar Bouma werkt met Agria en Carolus. "Vooral deze laatste is een veelbelovend ras dat vrijwel resistent is, in de knol en het loof, tegen de meest voorkomende en gevreesde aardappelziekte 'phytophtora'. De komst van deze nieuwe rassen is voor mij dan ook één van de meest belangrijke ontwikkelingen van de laatste jaren in de biologische aardappelteelt. Wij werken zelf graag mee aan dit soort ontwikkelingen dus zijn we met een proefveld gestart met 1.000 verschillende soorten potentiële aardappelrassen."

Volgens Carel zijn zowel de Agria als de Carolus tamelijk vastkokend. "Je kunt de mate van kruimigheid niet alleen bepalen door het ras maar ook door de teeltwijze. Langer door laten groeien, zorgt voor een meer kruimige aardappel. Overigens groeien biologische aardappelen langzamer dan gangbare. Dit komt doordat ze niet overmatig gepusht worden door kunstmatige voeding. Dat zorgt er ook voor dat de kans op ziektes bij biologische aardappelen wat kleiner is. Ik vergelijk het altijd met topsport. Een topsporter die in een kortere tijd veel moet presteren, heeft meer kans op blessures. Biologisch boeren is geen topsport! Kwaliteit staat meer centraal dan kwantiteit. De opbrengst van een biologische oogst ligt dan ook zo'n dertig tot vijfendertig procent lager dan die van gangbare oogst. Een grote en onderschatte bedreiging voor de oogst van aardappelen en peen zijn muizen. We hebben daarom roofvogelpalen geplaatst ter bevordering van de jacht op muizen."

Gezonde bodem

Aardappelen maken het grootste deel uit van de teelt bij Bouma. Daarnaast worden er grasklaver, uien, knoflook, suikermaïs, stamslaboontjes, peen en graan verbouwd. Het verbouwen van verschillende gewassen op dezelfde grond is een belangrijk aspect van biologische akkerbouw. Zo houd je de bodem namelijk gezond. Carel legt uit: "Als bio-boer ben je afhankelijk van wat de grond je brengt; je kunt namelijk niet bijsturen met bijvoorbeeld kunstmest. Bij biologische akkerbouw kun je de bodem onder andere gezond houden door wisselteelt toe te passen. Dit houdt in dat je gewassen die veel van de bodem vragen, afwisselt met rust-gewassen. Bij dit laatste kun je bijvoorbeeld denken aan vlinderbloemige planten zoals grasklaver of luzerne. Deze planten binden stikstof uit de lucht en laten dat vervolgens weer vrij in de grond, zodat andere gewassen dat weer kunnen gebruiken. Maar ook bijvoorbeeld het verhakselen van stro of het bemesten met vaste potstalmest zorgt voor een gezonde bodem. Wij halen onze biologische mest bij een biologische melkveehouderij vandaan, ruim zes kilometer verderop. Deze boer krijgt in ruil daarvoor dan weer voeraardappelen en zo is het kringetje mooi rond. Een gezonde bodem herken je aan een mooie structuur met veel organisch materiaal en een diversiteit aan organismen zoals schimmels en wormen. Maar ook het gewas en de beworteling zegt veel over de bodem. Op een gezonde bodem staat vitaal gewas."

Bron: Bio+ Inside (mei 2015) via Pieperpad

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven