'Meerdere blaarkopstieren gunstig voor Bètacaseïne; A2-melk'

Er zijn enkele landen, waaronder Australië, waar zogenaamde A2-melk door zuivelfabrieken apart wordt opgehaald en verwerkt. In Nederland is nog niet veel kennis van A2-melk en is er nog weinig onderzoek naar gedaan, maar neemt de belangstelling daarvoor wel toe. Van melk met het Bètacaseïne type A2 wordt beweerd dat mensen met koemelkallergie het beter kunnen verdragen. Een dier heeft altijd twee A-delen in de genen. In de melkveehouderij wordt in de praktijk ruwweg onderscheid gemaakt tussen A1 en A2. Een DNA-test kan uitwijzen welke combinatie een dier heeft: A1/A1 of A1/A2 of A2/A2. Daarvan is A2/A2 de meest gunstige variant omdat een dergelijk dier altijd A2 doorgeeft aan een nakomeling.


Sjoerd, een stier met A2/A2.

Dit was voor de Blaarkopstichting aanleiding om van enkele blaarkop KI-stieren het type Bètacaseïne te laten bepalen via DNA-onderzoek. Inmiddels is van vijf blaarkopstieren die bij KI staan, bekend welk type Bètacaseïne ze bezitten. Hieruit blijkt dat dieren van het oude en zeldzame Nederlandse blaarkop ras blijkbaar veelal het type A2 in de melk hebben, want maar liefst drie van de vijf hadden A2/A2 en de beide anderen A1/A2. Het bestuur is voornemens om meerdere stieren te laten onderzoeken.

Voor meer informatie: www.blaarkopnet.nl

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven