Plantaardige vleesvervangers wél volwaardig alternatief

Plantaardige vervangers van vlees zijn voedingskundig een volwaardig alternatief voor vlees. Desondanks denken veel mensen dat dat niet zo is, zo blijkt uit onderzoek dat onderzoeksbureau GfK heeft gedaan in opdracht van Milieu Centraal. De plantaardige vervangers, zoals peulvruchten, noten en groenteburgers zijn behalve gezond ook beter voor het milieu.

Elke dag vlees niet meer vanzelfsprekend

Bijna twee derde van de Nederlanders vindt vlees een noodzakelijk deel van de maaltijd, maar het hoeft niet meer elke dag. De groep die elke dag vlees eet, wordt kleiner: nog geen kwart van de consumenten. Het aandeel mensen dat helemaal geen vlees zegt te eten (vegetariƫrs) blijft stabiel op zo'n vier procent van de bevolking.

Ondanks dat mensen zeggen minder vlees te eten, is het aantal kilo vlees dat per jaar per persoon gegeten wordt al 15 jaar gelijk: zo'n 40 kg per persoon. Het Landbouw Economisch Instituut, dat veel onderzoek doet naar vleesconsumptie, heeft hier geen sluitende verklaring voor.

Mogelijk geven deelnemers van onderzoeken sociaal wenselijke antwoorden. Een andere verklaring is dat het effect van de vleesverminderaars teniet gedaan doordat een deel van de vleeseters steeds meer vlees is gaan eten (als uiting van een luxe leefstijl of toegenomen welvaart). Verder kan er sprake zijn van overcompensatie: dat meer mensen wel minder vaak vlees eten, maar extra veel vlees nemen na een dag zonder of minder vlees.

Vleesvervangers en milieu

Consumenten kopen om verschillende redenen alternatieven voor vlees. Wie rekening wil houden met het milieu, doet er het best aan vlees of vleesvervangers (de eiwitcomponent) bij de warme maaltijd bewust te kiezen.

Plantaardige eiwitbronnen (soja- en granenburgers, noten, tempƩ, tahoe en peulvruchten) zijn een klimaatvriendelijk alternatief. De productie ervan kost minder energie, fosfaat en stikstof. Dat is gunstig om dat deze beperkt beschikbaar zijn. Verder is het water- en landgebruik lager en kleven er niet de nadelen aan van de veehouderij, zoals verzuring en vermesting van de bodem.

Productie: meestal milieuvriendelijker

Vaker vleesvervangers eten in plaats van vlees, helpt het milieu te ontzien. Maar het ligt niet eenvoudig: vegetarische alternatieven zijn niet altijd beter voor het milieu dan vlees. Quorn en tofu staan naast peulvruchten, noten en (grotendeels) plantaardige kant-en-klare vleesvervangers samen op de eerste plaats als het gaat om milieuvriendelijke bronnen van eiwit. Op een gezamenlijke tweede plaats staan kippenvlees, kalfsvlees, varkensvlees, kaas, eieren, kalkoenvlees en Valess.

De meeste impact op het milieu hebben lamsvlees en rundvlees. Bij rundvlees maken we nog het onderscheid tussen rundvlees van melkkoeien (dat belandt meestal in gehakt en worst) en rundvlees van vleeskoeien (duurder vlees, zoals bieflappen). Vlees van melkkoeien is milieuvriendelijker dan vlees van vleeskoeien.

Kant-en-klare vleesvervangers zijn vaak gemaakt van soja, graan of schimmels. De productie daarvan kost veel minder energie, water, land en grondstoffen dan de productie van vlees. Dat geldt alleen niet voor vleesvervangers op basis van zuivel, zoals Valess, of met veel kaas; de productie van zuivel belast het milieu namelijk evenveel als vlees. Lees meer hierover op Kies vlees(vervangers) bewust.

Bron: Milieu Centraal

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven