Werking bio-meststoffen in de praktijk van de fruitteelt getest

In 2011 zijn praktijkwaarnemingen gedaan op een aantal biologische fruitteeltbedrijven naar de werking van verschillende hulpmeststoffen door het bedrijfsnetwerk biologische fruitteelt. Door de biologische eis (50 procent stikstof uit biologische mest) en de strengere mestwetgeving voor fosfaat, moeten biologische fruittelers op zoek naar een effectieve bemestingstrategie voor hun bedrijf. Ondernemers hebben veel vragen, zoals: hoe snel komt stikstof vrij uit hulpmeststoffen? Hangt dat af van de grondsoort? Bestaande bemestingsstrategieën veranderen door veranderende mestwetgeving en eisen van de biologische teelt.

Door uitwisseling van de ervaringen in het bedrijfsnetwerk over de verschillende meststoffen kan elk individueel bedrijf zijn eigen optimale bemestingsstrategie ontwikkelen.

De meststoffen zijn gekozen op basis van het onderzoek van LBI over hulpmeststoffen. Het onderzoek van LBI richtte zich op de akkerbouw, vraag van de telers was hoe de resultaten van de akkerbouw zijn te vertalen naar de fruitteeltpraktijk.

In 2011 stond de werking van biologische hulpmeststoffen centraal. Vier fruitteeltbedrijven hebben de volgende hulpmeststoffen toegepast: biologische kippenmestkorrel, biologische luzernekorrel, Biomix 1 en Biomix 2, vinasse, Maltaflor, biologische champost en verschillende vaste mestsoorten. Er is 100 kilogram stikstof per hectare van de verschillende meststoffen bemest. Op drie van de vier bedrijven is ook een aantal bomen niet bemest.

De ervaringen van dit jaar: Het voorjaar van 2011 was droog en warm. De bedrijven op zand en rivierklei hebben regelmatig een beregening uitgevoerd tegen de droogte. Daardoor was de mineralisatie op de bedrijven op zand en rivierklei voorjaar 2011 hoog, zelfs in het niet bemeste stuk lag de gemeten N-min op rivierklei op zo'n 100 kilogram stikstof per hectare in de boomstrook. Luzernekorrel werkte sneller dan verwacht. Kipkorrel gaf een wisselend beeld. Biomix 2 gaf zoals verwacht een snelle levering van stikstof (bevat bloedmeel met snel beschikbare stikstof).

In november is nog een analyse uitgevoerd om de resthoeveelheid in de bodem te bepalen. Al met al is het beeld wisselend en verschillend per bedrijf. De weersomstandigheden, maar ook bemesting in het verleden en grondsoort zijn bepalend voor de mineralisatie. Binnenkort verschijnt een compleet overzicht van alle resultaten en de vroege en late bladanalyses.

Voor meer informatie: Gerjan Brouwer, DLV plant

Bron: BioKennis

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven