Philip Kramer:

"Vaste rijpaden geeft gezondere planten"

In de biologische teelt op proefboerderij Kollumerwaard wordt gewerkt met het systeem van vaste bedden en rijpaden. "De grond is losser, het gewas groeit egaler en de plant is gezonder", zegt Philip Kramer, bedrijfsleider op de proefboerderij, over het effect van dit systeem.

Biologisch en gangbaar. Als geen ander kan Philip Kramer de verschillen aangeven tussen deze vormen van telen als het gaat om de bodem en het bodemleven. "De bodem leeft veel meer in de biologische teelt", zegt Kramer. "Zo heb ik veel meer meeuwen achter de machines aan in de biologische teelt. Biologische telers zijn constant bezig de bodem te verbeteren. Schimmels, bacterien en regenwormen doen hun werk. Zo hebben wij bijvoorbeeld geen last van schadelijke aaltjes. En ik kan na forse regenval bij de biologische telt 2 tot 3 dagen eerder het land op dan bij de gangbare."



Kramer werkt sinds 2011 met het systeem van vaste rijpaden en bedden. Een jaar eerder gingen zijn buren, biologische telers Wridzer Bakker en zoon Jan Willem, al over op dit systeem. "We werken nauw samen, je trekt naar elkaar toe als je met hetzelfde systeem werkt", zegt Kramer. "Onze trekkers en machines gebruiken we allemaal gezamenlijk."

Oude rooiers

De trekkers en machines van de beide bedrijven zijn gebouwd op 3.20 meter breedte. Via de vaste rijpaden worden alle bewerkingen van de grond uitgevoerd. Behalve de oogst van aardappels en wortelen, daarvoor worden nog de oude rooiers gebruikt. "Maar ook daar denken we over na om rooiers te kunnen ombouwen op 3.20 meter", aldus Kramer.
Bij het ombouwen van trekkers werd gekozen voor het doormidden snijden van de as van de trekker. Zo wilden de ondernemers bereiken dat er zo kort mogelijk gedraaid kon worden en de trekker zo sterk mogelijk werd. Landbouwmechanisatiebedrijf Geertsema bouwde de trekkers om.

Kleine drains

Over het rijpadensysteem heeft Kramer niets dan lof. "Met elkaar zien wij de bodem veranderen", aldus de enthousiaste teler. "De grond is losser, we zien de kleine drains die de wormen maken. Daardoor zijn de gewassen egaler, het groeit gewoon anders. Plekken met structuurbederf hebben we niet. De plant is gezonder, er zijn minder ziektes. Als een plant gezond is, dan is die ook minder vatbaar voor ziektes. Maar ook andere factoren dragen daaraan bij. Zo ploegen we al jaren niet meer en brengen we vaste stalmest op het land."

In januari of februari brengt Kramer vaste stalmest op de bevroren grond. Daarna volgt in het voorjaar een bewerking die 8 tot 10 centimeter diep gaat, met een schijveneg of een grote ganzenvoet die alles los snijdt. Door de minimale grondbewerking hebben de gewassen op de vaste bedden volgens Kramer ook minder mest nodig. "We zijn gezakt in mestaanvoer omdat de gewassen te rijk werden, te weelderig loof gaven. Met minder mest blijft de productkwaliteit goed. Daarin spelen ook de groenbemesters een rol. De stikstof komt over het gehele jaar vrij, door een goed werkend bodemleven."

Planty Organic

Een bijzonder onderzoek dat de proefboerderij vier jaar uitvoert met WUR en telersvereniging Biowad is Planty Organic. Doel is een gesloten systeem te creeren dat volledig op een eigen mineralenvoorziening draait, zonder de externe toevoer van (dierlijke) meststoffen. Aanleiding voor dit onderzoek is de aanvoer van biologische mest, dat mogelijk een probleem wordt in de toekomst.
Kramer teelt op 5 hectare in een 1 op 6 bouwplan grasklaver, zomertarwe met veldbonen, haver, pootaardappelen, pompoen en winterpeen. De grasklaver wordt gemaaid en vers uitgestrooid of ingekuild voor volgend jaar. Er wordt geen fosfaat, kali en stikstof aangevoerd. Kramer: "Stikstof hoeft geen probleem te zijn, maar kan het een probleem worden dat er geen fosfaat en kali wordt toegevoegd? Er zit zoveel in de bodem, we kunnen wel 100 jaar vooruit. Maar gaan we dan de grond niet uitmergelen? Door verschillende groenbemesters te gebruiken, proberen we kali en fosfaat los te maken uit de bodem. Maar we zitten pas in het vierde jaar, we hebben meer jaren nodig voor dit onderzoek."

"Bodem is ons fabriekje"

Proefboerderij Kollumerwaard richt zich op onderzoek voor de akkerbouw in zowel de gangbare als de biologische teelt. De biologische teelt omvat 50 hectare, de gangbare teelt 80 hectare. De biologische teelt is gestart in 1998, in het jaar dat de proefboerderij is verzelfstandigd. De bodem in de Kollumerwaard (lichte zeeklei) is veertig jaar oud, er wordt sinds veertig jaar geteeld.

"De bodem is ons fabriekje, daar moeten we het van hebben", zegt Philip Kramer. "Je kunt mooie schuren hebben en percelen, maar wat er in de bodem gebeurt is het allerbelangrijkst. Het bodemleven werkt zeven dagen in de week voor je. Als je het bodemleven goed behandelt, dan behandelt het jou ook goed. Het bodemleven werkt gratis en op een goede manier."

bron: www.ltonoord.nl

Publicatiedatum:



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2019

Schrijf je in voor onze dagelijkse nieuwsbrief om al het laatste nieuws direct per e-mail te ontvangen!

Inschrijven Ik ben al ingeschreven