Mededelingen

Vacatures

Laatste reacties meer

Top 5 - gisteren

Top 5 - afgelopen maand

Top 5 - afgelopen week

Jan Groen, Green Organics: Telen zonder klant onhoudbaar

“Nederland is een biologisch teeltparadijs”

Tholen - Nog voor er een doperwt of wortel gezaaid wordt, is de volledige oogst voor het komende seizoen al verkocht. Het verkoopseizoen voor Green Organics loopt in februari / begin maart af. “Marktgericht telen is onze specialiteit,” vertelt Jan Groen, directeur van Green Organics en voorzitter van Bio Nederland in het Vakblad Primeur. Ondanks de inspanningen om de productie te vergroten, blijft het een uitdaging om de groeiende vraag bij te benen.


“We telen alleen wat we ook verkocht hebben,” vertelt Jan. Naast het feit dat daardoor vraag en aanbod in balans blijven, moet er voor de industriële verwerking ook rekening gehouden worden met de productiecapaciteit. “Er moet ook capaciteit zijn om de producten te verwerken en in de fabrieken moet er ruimte ingeruimd worden om de biologische producten te verwerken,” vervolgt hij. “Als de productie van gangbare producten al topsport is, dan hebben we het in biologisch over Champions League voetbal.” De productielijnen moeten volledig gereinigd worden voordat er biologisch product verwerkt mag worden. Dat luistert nauw.

Doperwten chronisch tekort
Nadat de oogst in juni begint, loopt het seizoen door tot ongeveer november, waarbij de oogsten van verschillende groenten in elkaar overlopen. “Dat is het mooie van de industriële trein, die kun je heel planmatig en doelmatig inrichten.” In de biologisch dynamische hoek zijn er nog wel enkele aandachtspunten, maar door investeringen is de biologische teelt verbeterd. “Een product waar altijd een tekort aan is, zijn doperwten,” weet Jan. Dat is vooral te wijten aan de relatief lage opbrengst per hectare. Waar voor peen een opbrengst tussen de 40 en 80 ton per hectare gebruikelijk is, worden er tussen de 6 en 8 ton doperwten van een hectare geoogst. “Als je dan enkele duizenden tonnen nodig hebt, kun je uitrekenen hoeveel hectare je nodig hebt.”

De vraag naar biologische groenten voor de verwerking gaat met gelijke tred van de totale markt, met dat verschil dat er dubbele groeicijfers genoteerd worden. “Misschien is het wel bovenmatige groei in vergelijking met de markt,” vervolgt Jan. In overleg met de telers worden afspraken gemaakt over de teelt, zodat er ook voor de telers duidelijk is naar welke producten veel vraag is. 

Biologisch paradijs
Green Organics richt zich op de teelt in Nederland, meer specifiek: de Flevopolder, Zuidwest- en Noordoost-Nederland. Jan bestempelt deze gebieden als een “biologisch paradijs” voor de teelt. “We hebben super omstandigheden, een goede logistiek, een goed machinepark en goede transportfaciliteiten, dus we hebben alles aan boord om een topprestatie te leveren.” Door de forse groei in de sector is het vrijwel onmogelijk om aan de alsmaar toenemende vraag te voldoen vanuit Nederland. 

Sinds 2013 heeft Green Organics omschakelgroepen in het leven geroepen, waarin conventionele telers geholpen worden bij de omschakeling naar biologische teelt. “Op die manier proberen we meer product naar de markt te krijgen, maar ondanks dat we daar al jaren mee bezig zijn, zien we dat de vraag sneller blijft groeien,” aldus Jan. Door de omschakelgroepen wordt het laagdrempeliger voor telers om over te stappen. Daar speelt ook de Bio Academy een rol in. Via dit online platform kunnen telers met interesse voor omschakeling informatie opvragen. 


Idealen, economische belangen en emotie
Daarmee speelt de biologische sector in op de verschuivingen in de markt. Vanaf halverwege de jaren ’80 tot midden jaren ’90 waren het de pionierende idealisten die kozen voor biologische teelt. In de periode tot halverwege de jaren 2000 volgden de economische omschakelaars, die vooral uit economische motieven omschakelden. De laatste groep die nu in de omschakeling zit, noemt Jan de emotionele omschakelaars. Onder deze groep vallen telers die van oudsher weinig heil zagen in de biologische teelt, maar nu aan het denken gezet worden door veranderingen in de markt. “Daarnaast zie je ook dat als een nieuwe generatie een bedrijf overneemt er nagedacht wordt over de toekomst en er ook naar biologische teelt gekeken wordt.” De laatste jaren is daar een nieuwe beweging bijgekomen waarbij er een doorstroom zichtbaar is van biologische telers die doorstromen naar biologisch dynamische teelt. “Het Demeter logo is daarvoor het meest herkenbaar,” legt Jan uit. “Vanuit de industrie is er een speciale vraag naar deze producten.” 

Voor handelsbedrijven en producenten die met biologische producten aan de slag willen, is een vergelijkbaar platform beschikbaar, namelijk Bio Nederland. “Partijen kunnen zich bij ons aansluiten en krijgen dan veel kennis ter beschikking,” vertelt Jan, die de voorzittershamer van Bio Nederland in handen heeft. 

Internationale ambitie
Hoewel er een voorkeur is voor zo lokaal mogelijke producten, wordt ook de stap over de grens gemaakt. “We bestrijken nu de gehele Benelux en delen van Duitsland, Frankrijk en Spanje. Dat is ook nodig voor productspecialiteit, maar ook local-for-local speelt een rol.” De Nederlandse productie is nog altijd goed voor zeventig tot tachtig procent van de productie. 

In vergelijking met andere landen is het niet eenvoudig om eenzelfde model naar het buitenland te kopiëren. Toch wordt dat wel steeds vaker gevraagd. “Het is niet voor niets dat we uit het buitenland de vraag krijgen om ons Green Organics model daar te introduceren,” vertelt Jan. Met de lange geschiedenis van het bedrijf kan het telers in het buitenland helpen om een Ketenmodel op te zetten dat werkt. “Het buitenland is geen speerpunt, maar we laten het wel separaat meelopen. Je kunt niet zomaar even in het buitenland een productiegebied biologisch opzetten.” Daarbij ligt de nadruk op Europa. Projecten verder weg komen wel in aanmerking, maar alleen als er een duidelijk voordeel is voor de lokale bevolking. “Als we toegevoegde waarde kunnen bieden voor de lokale bevolking en een markt kunnen bedienen, staan we daar zeker voor open.”

Telen zonder klant onhoudbaar
“Het mooie van ons bedrijf is dat we in alle takken van sport binnen de AGF meespelen en binnen al die groepen zien we gezonde groei.” Die groeicijfers zijn dan ook niet de eerste zorg voor de sector, biologische betrouwbaarheid is een grotere uitdaging. “Die betrouwbaarheid moet je kunnen borgen,” legt hij uit. “Daarom doen we alleen zaken met bedrijven die we kennen.” 

De groei in de sector komt met een kanttekening. Er is ruimte voor uitbreiding van de teelt, maar telen zonder afzetzekerheid is geen optie. “De biologische teelt is duur, dus is het onhoudbaar om te telen zonder afzet,” waarschuwt Jan. “Dat past ook niet in het duurzaam denken. Je moet weten wie er gelukkig wordt van je product. Wij denken dat dit de enige weg is.” Hij illustreert dat met enkele cijfers. Midden jaren ’90 werd er op 6 hectare biologische spinazie geteeld voor de industrie. Tegenwoordig staat dat areaal tussen de 600 en 800 hectare en heeft de biologische spinazie een marktaandeel van 25 procent. Ook in de Flevopolder is de ontwikkeling snel gegaan. In 1995 was 5 tot 10 procent van de teelt in de polder voor de industrie biologisch gecertificeerd. Vorig jaar was dat tij gekeerd en was ruim twee derde van de productie biologisch.

“Als de biologische markt de groei kwalitatief en kwantitatief goed wil borgen, is een nauwe samenwerking in de keten een absolute voorwaarde. Biologisch is altijd een verbindende landbouw geweest en moet dat ook blijven. Green Organics is ontstaan vanuit verbinden en zal daarin haar leidende rol nemen en verder uitbouwen.” (RM)

jan@greenorganics.nl 

Klik hier om een abonnement op Primeur af te sluiten


Publicatiedatum :
Author:
©



Ook onze nieuwsbrief ontvangen? | Klik hier


Ander nieuws uit deze sector:


© BioJournaal.nl 2018